Symbolen in een data flow diagram


Of u nu een basis-DFD maakt of een diepgaande analyse met verschillende niveaus uitvoert, alle data flow diagrammen maken gebruik van standaardsymbolen, met enkele variaties. Laten we de primaire onderdelen van data flow diagrammen en de daarvoor gebruikte symbolen eens bekijken.

Symbolen in een data flow diagram

Een data flow diagram laat zien hoe gegevens in een op input en output gebaseerd systeem worden verwerkt. Voor de weergave van de informatiestroom, gegevensbronnen en -bestemmingen en van de plaats waar gegevens worden bewaard, worden visuele symbolen gebruikt. Data flow diagrammen worden vaak gebruikt als een eerste stap naar de herinrichting van een systeem. Ze bieden een grafische weergave van een systeem op ieder gewenst detailniveau, door een eenvoudig te begrijpen beeld te schetsen van de werking van het systeem. Met een contextdiagram, ook wel een niveau-0-DFD genoemd, kunt u een algemeen overzicht van een systeem weergeven. Dit diagram laat een systeem als één enkel proces zien. Een niveau-1-diagram is gedetailleerder en gericht op de belangrijkste functies van een systeem. Diagrammen van niveau 2 of hoger verduidelijken, met steeds meer details, het functioneren van een systeem. Een DFD gaat zelden verder dan niveau 2, want door de toegenomen complexiteit zou het een minder efficiënt communicatie-instrument worden.

dfd

Notaties data flow diagram

De twee belangrijkste notatiewijzen die voor data flow diagrammen worden gebruikt, zijn de Yourdon-Coad-notatie en de Gane-Sarson-notatie, beide genoemd naar hun bedenkers. Zij waren de specialisten die aan de ontwikkeling van de DFD-methodologie hebben bijgedragen: Ed Yourdon, Peter Coad, Chris Gane en Trish Sarson. Er zijn een aantal verschillen in stijl tussen de twee notatiewijzen De Yourdon-Coad-notatie, bijvoorbeeld, maakt voor de weergave van processen gebruik van cirkels, terwijl de Gane-Sarson-notatie rechthoeken met afgeronde hoeken gebruikt. Een andere variant is het voor data stores (gegevensverzamelingen) gebruikte symbool; de Yourdon-Coad-notatie maakt gebruik van parallelle lijnen, terwijl de Gane-Sarson-notatie een rechthoek met de rechterkant open gebruikt. Omdat DFD-symbolen variëren, is het belangrijk de gekozen notatie consequent door te voeren om verwarring te voorkomen. Gebruikt u DFD-software, dan ligt waarschijnlijk al vast welke symbolen u kunt gebruiken.

Alle data flow diagrammen bevatten vier hoofdcomponenten: entiteit, proces, data store en data flow.

Externe entiteit. Ook wel actoren, bronnen of putten, en terminators genoemd. Externe entiteiten produceren en consumeren gegevens die tussen de entiteit en het schematisch weergegeven systeem stromen. Deze gegevensstromen zijn de input en output van de DFD. Aangezien zij buiten het te analyseren systeem staan, worden deze entiteiten doorgaans op de scheidingslijnen van het diagram geplaatst. Ze kunnen een ander systeem weergeven of een subsysteem aangeven.

Proces. Een activiteit die gegevensstromen wijzigt of omvormt. Aangezien ze inkomende gegevens omvormen tot uitgaande gegevens, moeten alle processen input en output hebben op een DFD. In plaats van het label “proces” krijgt dit symbool in een diagram een eenvoudige, op zijn functie gebaseerde naam, zoals “Ship Order”. Bij de Gane-Sarson-notatie wordt een rechthoekig vak gebruikt dat kan worden voorzien van een referentienummer, de locatie in het systeem waar het proces plaatsvindt en een korte benaming die zijn functie beschrijft. In een data flow diagram staan processen gewoonlijk van boven naar beneden en van links naar rechts.

Data Store. Een data store genereert geen activiteiten, maar beschikt gewoonweg over gegevens voor latere toegang. Data stores kunnen bestaan uit bestanden die langdurig worden bewaard of een reeks documenten die, in afwachting van verdere verwerking, even worden opgeslagen. Input-stromen naar een data store bevatten informatie of activiteiten die de opgeslagen gegevens wijzigen. Output-stromen zijn dan gegevens die uit de opslag worden opgevraagd.

Data Flow. Verplaatsing van gegevens tussen externe entiteiten, processen en data stores wordt weergegeven met een pijl die de richting van de stroom aangeeft. Dit kunnen elektronische, schriftelijke of mondelinge gegevens zijn. Input- en output-gegevensstromen krijgen een label op basis van het type gegevens of het bijbehorende proces of de bijbehorende data store. Deze benaming wordt naast de pijl geschreven.

  Yourdon en Coad Gane en Sarson
Externe entiteit

Externe entiteit volgens Yourdon en Coad

Externe entiteit volgens Gane en Sarson

Proces

Proces volgens Yourdon en Coad

Proces volgens Gane en Sarson

Datastore

Gegevensopslag volgens Yourdon en Coad

Gegevensopslag volgens Gane en Sarson

Gegevensstroom

data flow volgens Yourdon en Coad

gane en sarson data flow

Lees alles over data flow diagrammen, inclusief tips en richtlijnen voor het maken van een effectieve DFD in ons handige overzicht.

Hoe teken ik een data flow diagram?

Bij Lucidchart maken we het u gemakkelijk: begin met een eenvoudig sjabloon en u heeft in een mum van tijd een geheel aangepaste data flow diagram gemaakt. Zoek in onze bibliotheek naar de symbolen die u nodig heeft — processen, opslagplaatsen, gegevensstroom en externe entiteiten — en sleep ze naar hun gewenste positie. Omdat Lucidchart een online tool is, kunt u gemakkelijker samenwerken en kan het gedoe met DFD-software op een desktop worden vermeden. 


Nuttige bronnen